De Samsung Galaxy S26 is voor het tweede jaar op rij een relatief kleine update aan de basis Galaxy S. In deze review zoek ik uit hoe dat uitpakt.
Vorig jaar was de kop van mijn Samsung Galaxy S25-review ‘stilstand is achteruitgang’. En hoewel Samsung later in het afgelopen jaar liet zien wel degelijk nog te kunnen innoveren, was de inschatting blijkbaar dat een stap vooruit voor de Galaxy S26 niet erg nodig was. Ook in 2026 is er namelijk bijzonder weinig nieuws onder de zon bij Samsung’s basis-vlaggenschip.

De grote belofte van Samsung is dat de nieuwe AI-software een forse vooruitgang is en zo de S26 ondanks kleine updates in de hardware toch de moeite waard maakt. Maar hoewel er wat leuke nieuwe features zijn, is van misschien wel de grootste vernieuwing – Now Nudge – niks te merken. Los daarvan zijn het vooral wat incrementele verbeteringen, die lang niet iedereen zal gebruiken.
Op hardwarevlak heeft de Samsung Galaxy S26 een vernieuwd ontwerp dat er goed uitziet en een iets groter scherm heeft. Natuurlijk is de S26 wat krachtiger dan zijn voorganger en wordt hij wat langer ondersteund. De batterij is gegroeid en scoort wat beter, maar het houdt nog steeds niet echt over. Echte fouten maakt de Galaxy S26 niet, maar het gebrek aan vooruitgang begint wel duidelijk te worden. Leg je ‘m bijvoorbeeld naast de Xiaomi 17, dan valt op dat die zowel qua camera als batterij significant beter scoort en juist wél stappen vooruit zet.
Gelukkig betaal je ook wat minder voor de S26 en is de prijs met €720 inmiddels best netjes. Dat maakt de Samsung Galaxy S26 een prima allroundtoestel voor wie een wat kleiner schermformaat wil. Maar een voorloper op het gebied van compacte high-endtelefoons is de S-lijn van Samsung met deze nieuwe toevoeging definitief niet meer.
